Btw berekenen
€ 100 exclusief btw wordt € 121,00 met 21% of € 109,00 met 9%. Typ je eigen bedrag in de strook: de uitkomst staat er meteen, met de som erbij.
Zo reken je de btw uit
Staat er op een offerte € 100 exclusief btw, dan tel je 21% op: 100 × 1,21 = € 121,00. Het btw-bedrag is € 21,00. Bij het lage tarief is het 100 × 1,09 = € 109,00. Dat is alles wat er bij optellen gebeurt, en de strook hierboven laat het met jouw eigen bedrag zien.
Andersom is waar de meeste fouten ontstaan. Staat er € 242 op de bon, dan zit daar geen 21% van 242 in, maar € 42,00: 242 gedeeld door 1,21 is € 200,00. Het verschil tussen die twee is de btw. Wie het wil begrijpen met een geheugensteun en drie uitgewerkte bonnetjes, vindt dat bij btw terugrekenen.
Een factuur met 21% én 9%
Een schilder die ook kozijnen vervangt, een restaurant met wijn bij het eten, een bloemist die een vaas meeverkoopt: op één factuur staan dan twee tarieven. Zet elke regel met zijn eigen tarief in de factuurstrook hieronder. De btw wordt per tarief opgeteld, precies zoals je hem in de aangifte invult.
Afronden: per regel of per totaal
De Belastingdienst laat je kiezen: je rondt het btw-bedrag af per geleverd product of per dienst, of je rondt het totaal af. Beide methodes naast elkaar gebruiken mag niet. Afronden gaat rekenkundig: een derde decimaal van 5 of hoger gaat omhoog. Bij veel kleine regels kan het verschil tussen de methodes een paar cent zijn. Zet de keuze in de factuurstrook om en je ziet het direct.
Welk tarief hoort erbij?
Het algemene tarief is 21%. Het lage tarief van 9% geldt alleen voor wat in Tabel I van de Wet op de omzetbelasting 1968 staat, zoals eten zonder alcohol, boeken, water, de kapper en toegang tot musea. Het nultarief uit Tabel II gaat vooral over export, internationaal vervoer en zonnepanelen op woningen. Het volledige overzicht met wetsartikelen staat bij btw-tarieven 2026; per product zoeken kan in het tarief per product of dienst. Drie voorbeelden die vaak misgaan: de restaurantrekening, schilderwerk aan een woning en een hotelnacht sinds 2026.
Voor ondernemers: drie dingen die de calculator niet voor je beslist
- Verlegde btw. Bij onder meer onderaanneming in de bouw en bij diensten aan ondernemers in andere EU-landen zet je geen btw op de factuur, maar «btw verlegd». Het bedrag dat je dan invult is exclusief, en de btw is nul.
- De KOR. Met minder dan € 20.000 omzet per jaar kun je kiezen voor de kleineondernemersregeling en helemaal geen btw rekenen. Of dat loont, reken je uit met btw-vrijstelling voor kleine ondernemers.
- Het btw-nummer van je klant. Levert je aan een bedrijf in een ander EU-land met 0% en verlegde btw, controleer dan eerst of zijn nummer geldig is: een leveranciersnummer checken.
Werk je als zzp'er en vraag je je af welk uurtarief je moet vragen voordat de btw erbij komt? Dat staat bij van loondienst naar zzp-tarief.
Oude tarieven
Voor 2019 was het lage tarief 6% en tot oktober 2012 het algemene tarief 19%. Voor een oude factuur kun je die tarieven kiezen in de strook op de pagina over terugrekenen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik 21% btw over een bedrag?
Vermenigvuldig het bedrag exclusief btw met 1,21. Over € 100 komt dat op € 121,00, waarvan € 21,00 btw.
Hoe haal ik de btw uit een bedrag?
Deel door 1,21 (of 1,09 bij 9%). In € 242,00 zit € 42,00 btw; exclusief is dat € 200,00. Stap voor stap: btw terugrekenen.
Moet ik per regel of over het totaal afronden?
Beide mag, maar kies één methode en houd die vast. De Belastingdienst schrijft rekenkundig afronden op centen voor: de derde decimaal 5 of hoger gaat omhoog.
Welk tarief geldt voor mijn product?
Het algemene tarief is 21%. Het lage tarief van 9% geldt voor wat in Tabel I van de wet staat, zoals eten, boeken en de kapper. Zoek je product op in btw op producten en diensten.
Tarieven: Wet op de omzetbelasting 1968, geldend vanaf 1 januari 2026. Afronding: Belastingdienst, «Btw-bedrag afronden». Laatst gecontroleerd 30 september 2026.