Btw-tarieven in 2026

Sinds 1 januari 2026 valt een hotelovernachting onder 21% btw; cultuur, sport en media blijven 9%. Er zijn drie tarieven: 21%, 9% en 0%, plus vrijstellingen.

Tarieven volgens de Wet op de omzetbelasting 1968, geldend vanaf 1 januari 2026
TariefWaar staat hetVoorbeelden
21%artikel 9, eerste lid (algemeen)kleding, elektronica, brandstof, energie, alcohol, hotel, parkeergarage
9%Tabel Ieten en frisdrank, water, boeken, medicijnen, bloemen, kapper, fietsreparatie, schilderwerk aan woningen, sport, musea, openbaar vervoer
0%Tabel IIexport buiten de EU, internationale vluchten, zonnepanelen op woningen
vrijgesteldartikel 11zorg door BIG-beroepen, geregistreerde kinderopvang, onderwijs, verhuur van woonruimte

Reken met het tarief dat je zoekt

Btw-tarief
Het bedrag is
Exclusief btw€ 100,00
Btw 9%€ 9,00
Inclusief btw€ 109,00

€ 100,00 × 1,09 = € 109,00

Tarieven: Wet op de omzetbelasting 1968, Tabel I en II (geldend vanaf 1 januari 2026). Afronding rekenkundig op centen, per regel of per totaal (Belastingdienst).

Wat veranderde op 1 januari 2026

Post b.11 van Tabel I, het verstrekken van logies, staat in de wettekst nu als «vervallen». Daardoor valt een overnachting in een hotel, pension of vakantiehuis terug op 21%. Voor een kamer van € 150 exclusief betekent dat € 181,50 in plaats van € 163,50. Kamperen met je eigen tent of caravan bleef in post b.10 staan en is nog steeds 9%. De geplande verhoging voor cultuur, media en sport ging niet door: toegang tot musea, concerten, bioscopen en sportwedstrijden blijft in post b.14 met 9%.

Het lage tarief: alleen wat in Tabel I staat

Het lage tarief is een uitzondering. Een product of dienst valt er alleen onder als het met zoveel woorden in Tabel I wordt genoemd: voedingsmiddelen (behalve alcohol), water, geneesmiddelen, boeken en tijdschriften, sierteeltproducten, en diensten zoals de kapper, reparatie van fietsen, schoenen en kleding, schilderen en stukadoren van woningen ouder dan twee jaar, personenvervoer en toegang tot cultuur en sport. Wat er niet staat, is 21%. Per product uitgezocht, met het artikel erbij: het tarief per product of dienst. Per groep: eten en drinken · lezen en media · persoonlijke diensten en spullen · zorg en gezondheid · woning en energie · vervoer en auto · vrije tijd en overnachten · bijzondere regels.

Nultarief en vrijstelling zijn niet hetzelfde

Bij 0% berekent de ondernemer geen btw, maar mag hij de btw op zijn eigen inkoop wel terugvragen. Bij een vrijstelling uit artikel 11 berekent hij ook geen btw, maar mag hij die voorbelasting níet aftrekken. Voor de klant zien beide facturen er hetzelfde uit; voor de ondernemer scheelt het flink. De kinderopvang en de fysiotherapeut zijn vrijgesteld, de installateur van zonnepanelen rekent 0%.

Oude tarieven

Tot 1 oktober 2012 was het algemene tarief 19%, tot 1 januari 2019 was het lage tarief 6%. Die tarieven kom je alleen nog tegen op oude facturen; de formule om btw eruit te halen kan er nog mee rekenen.

Wil je weten hoe btw in elkaar steekt, van kassabon tot aangifte? Lees wat is btw. Een bedrag uitrekenen doe je met reken de btw direct uit.

Veelgestelde vragen

Welke btw-tarieven zijn er in 2026?

21% (algemeen), 9% (Tabel I) en 0% (Tabel II). Daarnaast zijn sommige prestaties vrijgesteld, zoals zorg en kinderopvang.

Wat is er in 2026 veranderd?

Logies (hotel, B&B, vakantiehuis) ging van 9% naar 21%. Een kamer van € 150 exclusief kost nu € 181,50 in plaats van € 163,50. Cultuur, sport en media bleven 9%.

Is vrijgesteld hetzelfde als 0%?

Nee. Bij 0% mag de ondernemer de btw op zijn kosten aftrekken, bij een vrijstelling niet.

Bron: wetten.overheid.nl, Wet op de omzetbelasting 1968, Tabel I en II, geldend van 01-01-2026; Belastingdienst, «Vanaf 1 januari 2026: btw-tarief logies omhoog naar 21%». Gecontroleerd 30 september 2026.