Btw op toegangskaartjes
Post b.14 leest als een uitgaansagenda: circussen, dierentuinen, musea, muziek- en toneeluitvoeringen, bioscopen, sportwedstrijden en attractieparken. Toegang tot al die plekken kost 9% btw. Sinds 2026 is daar niets aan veranderd, ondanks eerdere plannen om cultuur en sport duurder te maken. De wet noemt zelfs een uitzondering bij naam: peepshows en optredens die vooral op erotisch vermaak zijn gericht, vallen onder 21%.
€ 126,00 voor twee concertkaartjes met servicekosten, waarvan € 10,95 btw over € 115,05. Staat er € 120,00 op de bon, dan is € 110,09 de prijs en € 9,91 de btw (9%). bereken de btw over je eigen bedrag met 9%, of btw terugrekenen bij een bedrag inclusief btw.
- Servicekosten van een ticketplatform zijn een eigen dienst en vaak 21%.
- Een lezing valt onder post b.14, een cursus niet.
vrije tijd en overnachten: behalve toegangskaartjes vind je hier een hotel of vakantiehuis (21%), de camping (9% of 21%), de sportschool (9%). Voor de verkoper van toegangskaartjes is die € 10,95 een post in de btw-aangifte.
Veelgestelde vragen
Is een pretparkkaartje 9%?
Ja, attractieparken en andere voorzieningen voor dagrecreatie staan in post b.14.
Waarom betaal ik 21% over de servicekosten?
Die kosten betaal je aan de ticketverkoper voor zijn eigen dienst, niet voor de toegang.
Hoeveel btw zit er in € 120,00 voor toegangskaartjes?
€ 9,91 bij 9%: € 120,00 ÷ 1,09 = € 110,09 exclusief.
Vergelijkbare onderwerpen
btw-tarieven 2026 (2026) en btw per product.